“Een wijze heeft rijke schatten en kostbare olie in huis, een dwaas verkwanselt alles.”
Spreuken 21:20
Hoeveel is er niet stukgelopen op die twee simpele woordjes. Hoeveel dromen zijn er niet door uitgekomen?
Hoeveel verlangens zijn verschrompeld, verteerd?
Hoeveel kloven zijn er niet gedicht, hoeveel grachten met krokodillen niet gedempt, hoeveel ophaalbruggen niet neergelaten, hoeveel deuren dicht gebleven?
Stel dat. En alle angsten, alle radeloosheid, alle paniek, alle onrust, alle gevaar, alle bezorgdheid die daarop volgt.
Stel dat. Hoeveel nachten hebben we er niet door wakker gelegen? Hoeveel donkere gedachten zijn er niet door in onze hoofden gekomen, hoeveel somberheid?
Stel dat. Ze beuken op je zelfvertrouwen, ze botsen met je trots, ze vernielen je geestdrift, vermorzelen je passie.
Stel dat. Ze lachen om je plannen, ze gniffelen om je ambities, ze ginnegappen om je bezieling, je elan.
Alles wat je hebt aan intentie, aan inzicht, aan verwachting wordt teniet gedaan. Stel dat. Het je niet lukt? Men je uitlacht? Ze dit niet verwachten? Je alleen komt te staan?
Maar. Stel dat. Het je wel lukt? Hoeveel wijzer, rijker, mooier, enthousiaster, zelfverzekerder ben je dan?