Er wordt heel wat gesproken over wie of wat God is, waar Hij is, wat zijn bedoeling nu is enzovoort. Dat wordt gedaan door gelovigen en niet-gelovigen, de één om God in zijn of haar leven te kennen, de ander om aan te geven dat God er niet kan zijn, want…
In de Nederlandse Geloofsbelijdenis wordt een poging gedaan om iets weer te geven van wie God is:
Wij geloven allen met het hart en belijden met de mond, dat er één God is, een geheel enig en éénvoudig geestelijk wezen. Hij is eeuwig, niet te doorgronden, onzienlijk, onveranderlijk, oneindig, almachtig. Hij is volkomen wijs, rechtvaardig en goed, en een zeer overvloedige bron van al het goede.
Ik heb een enkel begrip hierin vet gemaakt. Niet te doorgronden! Daar gaan onze pogingen om antwoorden te zoeken op de vragen: Wie is God? Wat wil God?
Zeker in deze periode van het kerkelijk jaar, waarin we toeleven naar Goede Vrijdag en Pasen komt de vraag bij mij op: Waarom? Daarbij bedenk ik me hoe onafzienbaar het heelal is. En God is zelfs groter dan dat! En de aarde (en alles wat daarop is) is van dat heelal zo’n onaanzienlijk klein onderdeeltje, dat ik me geen voorstelling kan maken dat God, die oneindig en eeuwig is, bemoeienis daarmee wil hebben en zelfs zijn eigen Zoon gegeven heeft om dat stofje aan de weegschaal te redden.
En dat is nu tegelijk het antwoord: Ik, klein mensje, kan het me niet voorstellen! Gelukkig, ik hoef het ook niet te begrijpen en ik kan het ook echt niet. Ik moet (beter: mag) genoegen nemen met wat God mij en jou wel vertelt, zoals de NGB vervolgt:
Wij kennen Hem door twee middelen. Ten eerste door de schepping, onderhouding en regering van de hele wereld … die ons te aanschouwen geven wat van God niet gezien kan worden, namelijk zijn eeuwige kracht en goddelijkheid. Verder maakt Hij zichzelf aan ons bekend door zijn heilig en goddelijk Woord, namelijk voor zover dat voor ons in dit leven nodig is tot zijn eer en tot behoud van de zijnen.
Wat een troost, wat een geruststelling, ik hoef het niet te begrijpen, alleen maar te geloven!
Paulus geeft dat zo door in 1 Korintiërs 1:
De boodschap over het kruis is dwaasheid voor wie verloren gaan, maar voor ons die worden gered is het de kracht van God. ….. wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor Joden aanstootgevend en voor heidenen dwaas. Maar voor wie geroepen zijn, zowel Joden als Grieken, is Christus Gods kracht en wijsheid, want het dwaze van God is wijzer dan mensen, en het zwakke van God is sterker dan mensen.
Zo mogen we Goede Vrijdag en Pasen vieren, onder de indruk van die wijze, rechtvaardige en goede God, in de woorden van een kerstlied:
O Gij ons heil, ons hoogste goed,
Gij werd een mens van vlees en bloed,
werd onze broeder, en door U
zijn wij Gods eigen kinderen nu.
Als ik dit wonder vatten wil,
dan wordt mijn geest van eerbied stil,
aanbidt het, maar doorgrondt het niet,
dat zo de liefde Gods geschiedt.
Koos Lange