“Door niemand anders kunnen wij worden gered,
want zijn naam is de enige op aarde die de mens redding biedt.”
Handelingen 4:12
Of je wilt of niet, een mens is van alles.
Buurman, achternicht, voorzitter, toeschouwer, scholier,
juffrouw, volwassene, koningin, onderdaan.
Als schaduwen kleven die predicaten aan ons bestaan.
Blijkbaar willen we dat zo. Hebben we dat nodig voor onze gemoedrust.
Als hokjes, als vakjes.
Alsof dat niet erg genoeg is, worden we ook nog geduid.
We zien ze niet zitten maar onze levens staan vol
van deze lieve maar venijnige etiketten.
We worden genoemd, verheven, beschimpt, geprezen,
nagewezen, doorverwezen, vergeten, opgericht.
Ondanks alles wat we lijken, ondanks alles
wat erop ons geplakt wordt, één aanduiding blijft.
Onze eigen naam. Het unieke opschrift.
Niet omdat die zo bijzonder, traditioneel of mooi is.
Niet zozeer omdat je met die naam kunt worden gelauwerd,
in de hoek gezet of geroemd.
Het gaat er immers niet om dát je geroepen wordt.
Het is veel bepalender Wie je naam noemt.
Jan Spoelstra