In de NRC van 21 september jl. stond een gesprek met Damiaan Denys, psychiater en filosoof. Hij is voorzitter van alle 3500 psychiaters in Nederland. In dit gesprek gaat het over het hoge percentage mensen dat in Nederland hulp zoekt bij psychologen en psychiaters. Volgens Denys is 6 à 7 procent van de bevolking echt psychisch ziek. Dit is een vrij constante groep, in alle landen en alle tijden. Deze mensen lijden aan schizofrenie, een bipolaire stoornis, psychoses of een angststoornis. De psychiater komt er, aldus Denys, nauwelijks aan toe om deze mensen te helpen omdat hun wachtkamers vol zitten met mensen die niet echt ziek zijn. Denys geeft aan dat we allemaal te veel verwachten van het leven. We willen altijd gelukkig zijn. Ons goed voelen. Ons niet vervelen. Ben je bang? Verdrietig? Eenzaam? Boos? Dat accepteer je niet! Dus zoek je hulp en klop je aan bij de psychiater of psycholoog. Natuurlijk niet als patiënt, maar als cliënt. En niet omdat je ziek bent, maar omdat je ‘psychisch kwetsbaar’ bent. En niet om behandeld te worden, maar om te ‘herstellen’. Zo stromen de wachtkamers van psycholoog en psychiater vol. Denys: “Ik ging vroeger vaak naar de kroeg en de helft van de avonden was gewoon niet zo leuk. Dat wordt tegenwoordig niet geaccepteerd. Je neemt cocaïne of ecstasy opdat het een leuke avond wordt. Je wilt controle over je vrijetijdsbesteding – het móét leuk zijn. Men wil elke keer een ervaring, iets voelen, meemaken (…) Gelukkig zijn is de norm. En als dat even niet lukt, zoekt men hulp. Dat komt doordat ze niet kunnen aanvaarden dat ze lijden. En ook niet dat de ander lijdt. Tegen iemand die het moeilijk heeft, zegt men: zoek hulp. Het lijden aanvaardbaar maken, lukt dus alleen met behulp van een professional. Vroeger bestond dat niet; je werd gedwongen zélf je lijden aanvaardbaar te maken”.
Vroeger bestond dat niet, zegt Damiaan Denys. Vroeger, zeg ik op mijn beurt, lazen we in de kerk bij de doop van onze kinderen het klassieke doopformulier. In het gebed voor de doop staan de woorden: Laat dit kind dit leven, dat toch niet anders is dan een voortdurend sterven, door uw beloften getroost verlaten. Dit leven … een voortdurend sterven! Ik zou zeggen: te ongenuanceerd en te negatief. Dit leven is immers niet alleen maar sterven. Juist bij de doop mag het leven worden gevierd omdat je één bent geworden met Christus. Denk aan 2 Korintiërs 5: 17: “Daarom ook is iemand die één met Christus is, een nieuwe schepping. Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen”. Tegelijk – en dat is ook waar – is het lijden nog steeds om ons heen. In Romeinen 8 wordt bezongen dat wij kinderen van God zijn. Daarmee is echter niet alles gezegd. De schepping is ten prooi aan zinloosheid en wij zuchten en wachten op de verlossing van ons sterfelijk bestaan. Het lijden is wel degelijk om ons heen en zit zelfs in ons. De formulering ‘een voortdurend sterven’ mag dan wat eenzijdig zijn – de hedendaagse norm om gelukkig te zijn is dat niet minder.
Het gebed bij de doop ging overigens niet over het sterven, maar over troost en houvast vinden in Gods beloften. En mag ik je die vraag eens stellen: spelen die beloften van God voor jou nog een rol van betekenis in je leven? Speelt God nog in een rol van betekenis in jouw leven? Denys klaagt over lange wachtrijen bij psychiaters en psychologen. Ik weet zeker dat er bij God geen wachtlijst is en dat je bij Hem direct aan de beurt bent. Je kunt vandaag nog bij Hem terecht!
Hans Slotman