Ik kwam een tekst tegen in de Bijbel, waarin een leven wordt getekend, zo mooi, zo harmonieus, haast onwerkelijk. Mijn eerste gedachte daarbij was: dat is utopie, dat kan gewoon niet. Maar de context maakte het toch bereikbaar; lees maar even mee wat Paulus schrijft in Kolossenzen 3:
“Als u nu met Christus tot leven bent gewekt, streef dan naar wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God. Richt u op wat boven is, niet op wat op aarde is. U bent immers gestorven, en uw leven ligt met Christus verborgen in God. En wanneer Christus, uw leven, verschijnt, zult ook u in luister verschijnen, samen met Hem.”
Dat lijkt onhaalbaar, onwerkelijk, althans, dat was mijn eerste gedachte bij dit gedeelte. En de route naar dit bovenaardse bestaan, zoals Paulus vervolgt, leek me ook vrijwel onbegaanbaar:
“Laat dus wat aards in u is afsterven: ontucht, zedeloosheid, hartstocht, lage begeerten en ook hebzucht – hebzucht is afgoderij –, want om deze dingen treft Gods toorn degenen die Hem ongehoorzaam zijn.“ Ik neem aan dat Paulus hier niet uitputtend alle slechte eigenschappen heeft genoemd, want ik herken bij mezelf nog wel een rijtje andere zwakheden. Zo herken ik ook het volgende wat Paulus schrijft: “Vroeger hebt u ook die weg gevolgd en zo geleefd, maar nu moet u alles wat slecht is opgeven: woede en drift, laster en vuile taal.”
En daarom wil ik de nieuwe weg gaan door te luisteren naar de aansporing: “Bedrieg elkaar niet langer, nu u de oude mens en zijn leefwijze afgelegd hebt en de nieuwe mens hebt aangetrokken, die steeds vernieuwd wordt naar het beeld van zijn schepper en zo tot inzicht komt. Dan is er geen sprake meer van Grieken of Joden, besnedenen of onbesnedenen, barbaren, Skythen, slaven of vrijen, maar dan is Christus alles in allen.” Wat zou het mooi zijn als je dit rijtje aanvult met “geen Palestijnen of Israëli’s, geen Russen of Oekraïners, geen Democraten of Republikeinen, geen …. (vul maar in)”.
Die mooie wereld lijkt toekomst, maar is er ook in het leven hier en nu. Althans dat kan er zijn als wij ons meer en meer als Gods kinderen gaan gedragen. Hoe dat er uitziet? Lees maar weer mee:
“Omdat God u heeft uitgekozen, omdat u zijn heiligen bent en Hij u liefheeft, moet u zich kleden in innig medeleven, in goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld. Verdraag elkaar en vergeef elkaar als iemand een ander iets te verwijten heeft; zoals de Heer u vergeven heeft, moet u elkaar vergeven. En bovenal, kleed u in de liefde, dat is de band die u tot een volmaakte eenheid maakt. Laat de vrede van Christus heersen in uw hart, want daartoe bent u geroepen als de leden van één lichaam. Wees ook dankbaar. Laat Christus’ woorden in al hun rijkdom in u wonen; onderricht en vermaan elkaar in alle wijsheid, zing voor God met heel uw hart psalmen, hymnen en liederen die de Geest u vol genade ingeeft. Doe alles wat u zegt of doet in de naam van de Heer Jezus, terwijl u God, de Vader, dankt door Hem.” Best een lange en brede tekening, maar wat een stevig uitgangspunt: God die ons eerst liefheeft, die ons apart heeft gezet. Heb onvoorwaardelijk lief, wees dankbaar voor en met de plek die God jou geeft, leef zoals Christus dat heeft gedaan. Vast wel moeilijk om dat vol te houden, maar we doen het niet alleen, en we mogen altijd weer opnieuw beginnen, of struikelend verdergaan. Daarom pak ik nog een stukje uit hoofdstuk 4 mee: “Blijf bidden en blijf daarbij waakzaam en dankbaar.“
Koos Lange