Onlangs was er een kinderdienst in de Eudokiakerk. Na afloop kreeg ik mooie en fijne reacties. Dat heb ik ook wel eens anders meegemaakt. Ik herinner me dat na een kinderdienst een ouder gemeentelid naar me toe kwam en klaagde: ‘ik vond er niks aan! ik heb er helemaal niks aan gehad’. Het is niet bepaald de reactie waarop je hoopt als voorganger. Toch kon ik me zijn reactie wel voorstellen. Het is ook wel erg eenvoudig, zo’n kinderdienst, nietwaar…?
Maar, denk ik dan tegelijk, hoe moet dat voor onze kinderen zijn? Hoe vaak zullen zij een dienst meemaken die te moeilijk is. Waar ze niks aan vinden en waar ze niks aan hebben? En hoe zit het met onze jongeren? En met de hoogbejaarden? En met de zoekers?
Als het gaat om kerkdiensten hoor je nog wel eens een pleidooi voor ‘doelgroepen’. Dan ‘organiseren’ we een kerkdienst voor een bepaalde groep. Dan krijg je dus een dienst voor kinderen, of een dienst voor jongeren, of voor ouden-van-dagen, of voor welke andere groep je ook maar kunt en wilt bedenken.
Eerlijk gezegd ben ik daar niet zo van. Tenminste, niet als het om kerkdiensten gaat. Want het dóel van kerkdiensten is niet een groep mensen – het dóel van onze kerkdiensten is het verheerlijken van Gods naam. In dat verheerlijken van Gods naam kunnen groepen wel voorop gaan. In de laatst gehouden kinderdienst verwees ik daarvoor naar priester Zacharias – de vader van Johannes de Doper. In Lucas 1 lezen we dat zijn afdeling aan de beurt was om dienst te doen.
Als je de Eudokia-gemeente ziet als een groep priesters (1 Petrus 2) zou je kunnen zeggen dat in een kinderdienst de afdeling ‘kinderen’ voorop gaat in het verheerlijken van Gods naam. En in een jongerendienst gaat de afdeling ‘jongeren’ voorop. En opeens zie ik ook die ouden-van-dagen-dienst helemaal zitten! Tegelijk blijft het een dienst van heel de gemeente voor onze God. Samen verheerlijken wij zijn Naam!
Hans Slotman