Ik wandel in gedachten
Liedboek, zingen en bidden in huis en kerk 480
1. Ik wandel in gedachten
in Gods geboortehuis,
gezegend zijn de nachten
van kerst, hier ben ik thuis.
Mijn hart vergeet de wereld
van haast en regeldruk.
Hier vind ik Jezus’ kribbe,
geloof is mijn geluk.
2. Geen woorden zijn te vinden
dat ik begrijpen zal
hoe God als hemels kindje
moet slapen in een stal.
U Heer, mijn levensadem,
het hoogste woord van God,
vindt minachting op aarde,
moet slapen in een grot.
3. Een mus heeft nog zijn nestje,
zijn eigen heggentak,
een zwaluw die wil rusten
vindt veilig onderdak,
een leeuw kan zich verschansen –
moet ik mijn God dan zien
in stro van iemand anders,
een stal, zo anoniem?
4. Kom in mijn hart en woon er,
het is geen vreemde plek,
Uzelf hebt mij veroverd,
blijf in mij toegedekt.
Ik ben met ziel en zinnen
geopend, wonderstil.
Kom, wikkel U, Heer Jezus,
in diepten van mijn ziel.
Tekst Hans Anders Brorson – ‘Mitt hjerte altid vanker’
Vertaling Ria Borkent
Melodie Zweedse volksmelodie uit Västergötland 1816 (Noorse variant)
Geboortehuis
‘Hier werd geboren’ Je kunt het tegenkomen op een bordje in een stad die je als toerist in de vakantie bezoekt. Het staat dan bij het geboortehuis van een beroemdheid, zoals Rembrandt, Van Gogh, Bach, Luther en Marx. Interessant om te bezoeken. Je ziet de meubels, de inrichting en je proeft de sfeer van lang geleden.
Ga je op zoek naar de geboorteplaats van Jezus in Betlehem, dan raak je verdwaald in een wirwar van kerken en kloosters. De stal waar de geboorte plaatsgevonden zou hebben, ligt verborgen in een wereld van toerisme en pelgrimage. Het is verworden tot een plek van strijd, oorlog en commercie.
Geen plek om tot rust, tot inkeer te komen. Het bekendste kerstlied uit Scandinavië nodigt daartoe juist uit. Kerstnacht als tijd van inkeer.
‘Ik wandel in gedachten
in Gods geboortehuis,
gezegend zijn de nachten
van kerst, hier ben ik thuis.’
Het heeft een louterende werking, als je zo jouw gedachten richt. Je komt tot jezelf en ‘vergeet de wereld van haast en regeldruk.’ Ik vind een middel tegen burn-out bij Jezus’ kribbe: ‘geloof is mijn geluk.’
In de strofes 2 en 3 komt de onbegrijpelijke tegenstelling aan het licht, dat de grote God, die een ontoegankelijk hemels licht bewoont, zich in zijn zoon vernederde tot een dakloze woningzoekende. Daar zijn geen woorden voor, begint strofe 2. Zelfs mussen, zwaluwen en leeuwen zijn beter af, zingt strofe 3. Daarmee o.a. verwijzend naar Psalm 84. Die tegenstelling kan toch niet blijven bestaan? ‘Moet ik mijn God dan zien in stro van iemand anders, een stal zo anoniem?’ (3)
In de vierde strofe wordt die tegenstelling opgelost: Christus moet in het hart van de gelovige komen wonen. (4) Mooier dan Coen Wessel het in zijn toelichting bij dit lied omschrijft, kan ik het niet verwoorden:
‘De gelovige zelf kan helpen om de vernedering en vervreemding van Christus ongedaan te maken, door hem in het eigen hart een woonplaats te bieden. Zo wordt het hart van de mens de woonplaats van Christus. In het lied wordt deze woonplaats van Christus niet vergeleken met de stal of de grot uit de geboortemythes en zelfs niet met de bijbelse voederbak. Het hart wordt vergeleken met de doeken waarin Maria haar pasgeboren kind wikkelde. Zo intiem en teder is de omgang tussen Christus en de ziel. Dit beeld verleidde Ria Borkent tot enkele van de mooiste regels uit het nieuwe liedboek:
Ik ben met ziel en zinnen
geopend, wonderstil.
Kom, wikkel u, Heer Jezus,
in diepten van mijn ziel.’
Dit lied spoort aan tot inkeer. Laat Christus woning in jouw hart maken, luidt de oproep. Het lied past in de Lutherse traditie van de Scandinavische landen. De melodie staat in de mooie, ingetogen toonsoort e-klein. De wijs is heel makkelijk aan te leren. Er is dus geen excuus om dit lied niet te zingen, het verrijkt jouw liedrepertoire! Ga je wandelen met Kerst? Wandel dan met dit lied in gedachten.
Kampen, december 2024,
Henk Schaafsma