Psalmen Anders 134b
Allen die God ten dienste staan
‘Daaltje’[1] of ‘wegzendlied’?
De maand mei is in de kerk vaak de maand van ambtsdragersverkiezing en -bevestiging. Ook van kersverse lintjesdragers en andere jubilarissen. Het is mooi om als kerkgemeenschap mee te delen in die feestvreugde. Om broers en zussen toe te zingen. Bij hun bevestiging worden de nieuwe ouderlingen en diakenen toegezongen. Veel voorkomend is dan het laatste vers van psalm 134: ’Dat ’s Heren zegen op u daal’. Er zijn voorgangers die daar dan nog weer een eigen draai aan geven door één of meer regels naar hun hand te zetten. Onder kerkmusici heeft dat vers vanwege het vele gebruik de bijnaam ‘een daaltje’ gekregen. De vraag kan gesteld worden of psalm 134 oorspronkelijk wel bedoeld is om ouderlingen en bruidsparen toe te zingen. Dit gebruik is ontstaan doordat voorgangers in plaats van de hele berijmde psalm te laten zingen, alleen nog enkele versjes uit een psalm opgeven. De dienst kan ook weer niet te lang duren, zeg nou zelf.
Kijken we naar het opschrift van de onberijmde psalm dan lezen we: ‘een pelgrimslied’. En nog wel het laatste pelgrimslied in een reeks van zes. Met dat lied werden de pelgrims die weer huiswaarts keerden na hun bezoek aan de tempel in Jeruzalem, toegezongen. En door wie werden ze toegezongen? Door hen die achterbleven in de tempel: de priesters, levieten, zangers en ander tempelpersoneel. Zo bezien is de psalm meer een wegzendlied, een lied dat jou een hart onder de riem steekt voor de thuisreis. De berijming van Psalmen Anders 134 keert terug naar dat oorspronkelijke kader. Daarmee wordt wat scheefgroeide weer rechtgezet.
Allen die God ten dienste staan
Het kan geen kwaad om, voordat je je verdiept in de bloeiende taal van meester dichter Sytze de Vries, eerst de toelichting te lezen op blz. 156 van de bundel Psalmen Anders.
‘Met Psalm 134 sluit de reeks pelgrimsliederen. De reizigers gaan weer naar huis. De priesters en zangers die in de tempel blijven en de reizigers wisselen de zegen uit. In deze vorm kan de psalm gezongen worden ‘bij de deur naar buiten’: aan het einde van een viering of bij een pelgrimszegen wanneer iemand een reis onderneemt.’ Als je je dit voorstelt komt er meer beweging en dynamiek in de psalm: Gods volk is een volk in beweging, onderweg. Dat is ook het karakter van onze eredienst, onze liturgie: we komen zondags met een bezwaard hart en een verslagen ziel en we verlaten de kerk weer opgeruimd en opgewekt:
2. Ga nu in vrede, ga op weg,
die grote Naam op u gelegd,
een zegen die uw voeten richt
en vanuit Sion u verlicht.
We worden als gemeente uitgezwaaid en weggezonden met die grote Naam die op ons wordt gelegd. Die zegen is richtinggevend. Was je de afgelopen week de weg even kwijt? Hij wijst jou weer de weg en verlicht je vanuit Sion! Wij zijn in deze drukke en rauwe tijd toch pelgrims? Stel je de gemeente voor die bij het verlaten van de kerk door een haag van voorgangers, ouderlingen, diakenen en cantorij loopt, die hen dit toezingt.
En stel de je kerkenraad en de cantorij voor die op de drempel van het kerkgebouw wordt toegezongen door de gemeente die in een kring op het kerkplein staat:
1. Allen die God ten dienste staan,
zegen, bezing zijn grote Naam!
Vul uw gebeden dag en nacht
met lof en dank aan Hem gebracht!
En stel je tenslotte voor, dat ze de handen ineen slaan, een grote kring maken en in cirkelgang lopend, zingen over ‘die grote Naam’:
3. Die elk van ons tot leven riep,
de hemel en de aarde schiep:
dat wij door Hem gezegend zijn,
zo voor elkaar tot zegen zijn.
Sytze de Vries mag de inhoud van de psalm dan weer naar de oorsprong hebben teruggebracht, aan de melodie is niets veranderd. Oftewel de oorspronkelijke Geneefse melodie blijft gehandhaafd, daar is niets mis mee.
Blijft de vraag: waar kies je voor? Voor ‘een daaltje’ of voor ‘het wegzendlied’?
Kampen, april 2024
Henk Schaafsma
[1] met dank aan Anje de Heer: ‘Psalmen anders met Geneefse melodieën’ in: EREdienst, jrg. 51, nummer 2, pag. 15