Liedboek 281
Wij zoeken hier uw aangezicht
- Wij zoeken hier uw aangezicht.
God, houd uw oog op ons gericht:
Kyrie eleison!
- Wanneer het donker ons verrast,
houd ons dan in uw goedheid vast:
Kyrie eleison!
- Verschijn ons als de dageraad,
Gij, zon die ons te wachten staat:
Kyrie eleison!
- Gij roept ons met een nieuwe naam
uit dit genadeloos bestaan:
Kyrie eleison!
- Dat ieder die zich tot U wendt
de gloed van uw genade kent.
Kyrie eleison!
- De zon straalt van uw aangezicht
en zet ons leven in uw licht.
Amen. Halleluja!
- Gij hebt uw woord gestand gedaan:
wij zijn met Christus opgestaan!
Amen. Halleluja!
- Hij gaat ons voor, is ons vooruit.
De schepping zingt zijn vreugde uit:
Amen. Halleluja!
- Het lied van wie zijn voorgegaan
zet ons vandaag tot zingen aan:
Amen. Halleluja!
- Ontvlam in ons en vuur ons aan!
Getroost zullen wij verder gaan.
Amen. Halleluja!
tekst: Sytze de Vries
melodie: Bertram Luard Selby – WHITSUN
God zoeken
Veel mensen zoeken (een) God. Voor hen bestaat de God van de Bijbel niet (meer). Het is niet meer van deze tijd om daarin te geloven. Ze zijn zich er wel van bewust dat er ‘iets is tussen hemel en aarde’. Je moet je toch ergens aan kunnen verbinden. Er moet toch iets hoopgevends zijn. Dat kan muziek zijn of sport of filosofie of boeddhisme of islam of wat je maar wilt. Zo snuffelen ze op de markt van goden langs de kramen om te kijken of er een god van hun gading bij is. Een god die past bij hun levenswijze, hun interieur. God als tuinkabouter.
Je kunt ook God zoeken, omdat je hem kwijt bent. Je weet dat Hij er is, maar Hij is even buiten beeld. Je bent Hem uit het oog verloren. Je zoekt Hem op, omdat je bij Hem wilt zijn, in zijn aanwezigheid. Je verlangt ernaar Hem in de ogen te kijken. Te aanbidden en zijn naam te loven en te prijzen. God ontmoeten in zijn huis. Het lied: ‘Wij zoeken hier uw aangezicht’ zingt daarover.
Oorspronkelijk was het een drempellied, dat door de cantorij in processie zingend de kerk werd ingedragen. ‘Hier zoeken wij uw aangezicht, hier bent u te vinden in woord en sacrament.’ Sytze de Vries dichtte er lustig op los. Mooi zoals hij steeds heel poëtisch twee krachtige regels in rijm vat. Hij maakte voor elke periode van het kerkelijk jaar een aparte versie: voor advent, kerst, lijdenstijd, Pasen en Pinksteren. Zo kwam hij wel tot twintig strofen in totaal. De redactie van het ‘Liedboek, zingen en bidden in huis en kerk’ heeft er een algemene versie van samengesteld van tien strofen, overigens met instemming van de dichter. Zo kan het lied het hele jaar door gezongen worden bij het begin van de dienst en ook op andere plaatsen in de liturgie.
De eerste vijf strofen van het lied dragen een biddend karakter. Een smeekbede van een Godzoekende gelovige: ‘Heer verberg U niet, maar toon uw vriendelijk aangezicht. Schijn als de zon die het duister doet verdwijnen en de schepping verwarmt met zijn gloed. De Psalmen en profeten resoneren hier. Heel dichterlijk in woorden gevat en eindigend met de bede: Kyrie Eleison!
De tweede vijf strofen lopen ieder uit op een lofprijzing. Hier zingt de gemeente van Christus woorden uit het Nieuwe Testament. God houdt zijn Woord: met Christus zijn wij opgestaan.
Hij gaat ons voor en al wat adem heeft, looft en prijst zijn heilige naam. Ook hier heel dichterlijk in woorden gevat en nu eindigend met de lofprijzing: Amen. Halleluja!
De tiende strofe is een samenvatting, een aansporing. Als God zo is voor ons, als zijn aangezicht zo te vinden is, dan kan het niet anders dan dat Hij in ons huist. Dat wij Hem volgen en achter Hem aan gaan:
‘Ontvlam in ons en vuur ons aan!
Getroost zullen wij verder gaan.’ (10)
Pinksteren is hier dichtbij!
De dichter Sytze de Vries pikte het lied op in Engeland. Zijn Sweelinck-cantorij van de Oude Kerk in Amsterdam nam de gewoonte over van Engelse kathedralen om zingend de kerk binnen te komen. De melodie is geschreven door Bertram Luard Selby (1853-1918). De melodie draagt de naam WHITSUN, dat Pinksteren betekent. Het is een eenvoudige melodie die je gelijk meeneemt. Dat komt door de stijgende en dalende secunde-schreden. Daarbij stijgt de hoogste noot per regel steeds een schrede.
Het lied doet het zeker goed bij een Pinksterviering. Dan kun je het zingen als vertroosting. Ik denk ook nog aan het volk Israël in de woestijn. Steeds maar verder te trekken achter de wolk en de vuurkolom aan. Ik moet er vaak aan denken, dat het leven veel heeft van een trektocht door dor en dorstig wordend land. Met mensen vol onbegrip en onbehagen en onrust over de route die we kiezen. Dit lied maakt weer duidelijk waar je het dan zoeken moet. Niet bij een mooi beeld in de tuin, maar bij God die te vertrouwen is.
‘Hij gaat ons voor, is ons vooruit.
De schepping zingt zijn vreugde uit.
Amen. Halleluja!’ (8)
Kampen, september 2023
Henk Schaafsma