Er gaan rond Maria nogal wat verhalen rond; verhalen die niet op canonieke Bijbelteksten teruggaan, maar op allerlei fantasieën.
Ik geef twee van die verhalen door, om te laten zien hoezeer die verhalen HET verhaal in de weg staan. Het licht valt daardoor minder op Gods Zoon en meer op de mensen rond zijn komst.
- De ouders van Maria en haar geboorte
Anna en haar man Joachim waren gehuwd, welgesteld, maar kinderloos. Zij leefden helemaal volgens de wet van Mozes. Toch wordt het offer van Joachim in de tempel geweigerd, omdat hij geen kinderen heeft. Joachim vlucht met zijn kudde de woestijn in. Anna denkt dat hij dood is en doet haar beklag bij God en vraagt om een kind. Haar gebed wordt verhoord. Tegelijk krijgt Joachim van een engel te horen dat zijn vrouw in verwachting is. Hij keert met zijn kudde terug en ontmoet zijn vrouw bij de Gouden Poort in Jeruzalem en geeft haar een kus. Anna baart een meisje: Maria. De ouders wijden het kind aan God en brengen Maria als zij drie jaar oud is naar de tempel. Daar wordt zij gevoed door engelen. - De onbevlekte ontvangenis van Maria
Maria werd ontvangen in de schoot van haar moeder, met een ziel en lichaam die niet door de erfzonde waren aangetast. Ze werd door God gevrijwaard van de besmetting van de erfzonde, met het oog op haar moederschap van haar Zoon, de verlosser van de wereld. Volgens de katholieke geloofsleer bracht de bijzondere uitverkiezing van Maria met zich mee dat zij de enige mens in heel de geschiedenis is wier ziel nooit met enige zonde bevlekt geweest is, zelfs niet met de erfzonde. Deze bijzondere status van Maria wordt gevierd op 8 december, negen maanden voor het feest van de geboorte van Maria op 8 september.
Zo komt de katholieke kerk ertoe om Maria een plaats te geven naast God en naast Zijn (niet haar) Zoon en kan zij vrijelijk bij de Vader en de Zoon pleiten voor mensen.
Het is voor ons, gereformeerden, makkelijk om te zeggen dat haar daarmee te veel eer wordt aangedaan. Maar aan de andere kant: Geven wij haar wellicht te weinig eer?
Als we nagaan wat Lucas over haar zegt, komt bij mij naar boven dat we haar absoluut mogen/moeten vereren:
Elisabeth benoemt heel direct dat ze in Maria de moeder van de Heer herkent en prijst haar. Dat zegt iets over Jezus (hij is de Heer), het zegt ook iets over Maria: ze is iemand die volmondig ‘ja’ gezegd heeft tegen God. En Maria zelf getuigt en profeteert: “Mijn ziel prijst en looft de Heer, mijn hart juicht om God, mijn redder: Hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares. Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen, ja, grote dingen heeft de Machtige voor mij gedaan, heilig is zijn naam.”
Bij dat “alle geslachten” horen ook jij en ik! En er is ook veel reden om diep respect te hebben voor dat meisje Maria. Zonder die “verzonnen” verhalen krijgen we vanuit met name het Lucasevangelie een beeld van een dappere vrouw, die zonder een spoor van twijfel Gods woord gelooft en doet wat er van haar gevraagd wordt.
Nee, we hebben haar niet nodig om voorspraak te doen bij God of bij ZIJN Zoon, Jezus zelf zegt bij zijn afscheid, voor zijn kruisiging: “Jullie hebben nu verdriet, maar Ik zal jullie terugzien, en dan zul je blij zijn, en niemand zal jullie je vreugde afnemen. Dan hoeven jullie Mij niets meer te vragen. Werkelijk, Ik verzeker jullie, wat je de Vader ook vraagt in mijn naam – Hij zal het je geven. Tot nu toe hebben jullie niets in mijn naam gevraagd, maar vraag het en je zult het ontvangen. Dan zal je vreugde volkomen zijn.“ (Joh. 16:22-24).
Maar menselijkerwijs denk ik wel dat zij een bijzondere plaats heeft bij allen die God bij Zich heeft geroepen. Maar ik redeneer nu als mensje. Toch hou ik overeind wat ik eerder schreef, dat wij, gereformeerden, Maria best eens wat meer aandacht mogen geven en respect mogen betuigen. Hieronder een verwijzing naar twee liederen over Maria:
Een mooi verhaal, dus luister nu maar gauw.
Mooie adventsweken gewenst.
Koos Lange