“Spreek voor hen die weerloos zijn, bescherm het recht van de vertrapten.” Spreuken 31:8
In je eentje. Op jezelf. Wie wil dat? Wie durft dat aan? Om anders te zijn? Afwijkend. Verschillend. Onderscheidend.
Om licht te zijn wanneer het donker om je heen is. Om kleurrijk te worden wanneer alles grijs lijkt.
We zijn niet gemaakt om alleen te zijn. Om afgezonderd te leven. Om in ons eentje te schuilen.
We horen dicht bij elkaar te zijn. Als vrienden, familie, buren, bekenden. Daarmee beschermen we elkaar. We
troosten, vertrouwen, lachen, zingen, huilen.
Daarom is het goed. Om bij een groep te horen. Om te weten. Hier hoor ik bij. Hier voel ik me veilig. Hier word ik
gezien, begrepen, erkend, gehoord, vertrouwd.
Maar wat als de groep te krampachtig, te star, te bang, te gesloten, te wantrouwend, te wereldvreemd wordt?
Wat als degene die afwijkt, wordt gezien als de vijand?
Wat als het licht gezien wordt als het donker? Wat als het kleurrijke wordt ervaren als het grijze, het grauwe?
Waar sta jij? Ik? Wij? Binnen de partij? Buiten de groep?
En voor wie durf jij te spreken? De groep? De ander?
Jan Spoelstra
Menselijk gesproken