“Heb een open oor voor mijn wijsheid, een geest die neigt naar inzicht.”
Spreuken 2:2
Wat is dat toch? Dat we zo houden van onze eigen mening, onze eigen stem, ons eigen gelijk, onze eigen ideeën?
Het eigen gelijk. Dat voelt alsof iemand een arm op mijn schouder legt, alsof iemand me omhelst en me begripvol
toefluistert “Heel goed, heel goed”.
Is er een verschil tussen mezelf en mijn mening? Kan ik onderscheid maken tussen mezelf en mijn gelijk?
Voelt het daarom zo vervelend, zo ergerlijk wanneer er vragen worden gesteld? Of ik wel gelijk heb? Of mijn mening wel klopt? Of mijn plannen wel goed zijn?
Mijn eerste reactie is. Wat krijgen we nou? Wie durft er te twijfelen aan mijn mening, mijn gelijk, mijn ideeën? Het zijn maar vragen.
Het zijn maar woorden. Maar de twijfel over mijn eigen gelijk, voelt als heuse pijn, als een echte wond, als een directe aanval.
Vandaar die heftige verdediging, vandaar die reacties?
Stel je voor. Mijn muren storten in. Mijn grachten worden gedempt. Ik ben bereid te luisteren, te zwijgen.
Wat voor moeite ik moet doen om van mening te veranderen? Wat het kost om een nieuw mens te worden.
Menselijk gesproken