“Laat de wijze luisteren, hij zal nog meer leren.
En wie inzicht heeft, zal goede raad weten te vinden.”
Spreuken 1:5
Hoe onvermijdelijk het is. Dat wat eens zo bloeide, zo hartstochtelijk leefde, zo energiek was. Dat het verlept. Dat het verdroogt, verdort, verkommert, afsterft.
Machthebbers, dure merken, grote bedrijven, oude landen, nieuwe religies. Ze blinken. Ze verzinken.
En dichter bij huis. Hoe erg is het dat ze niet meer bestaan? Hoefsmeden, klompenmakers, molenaars, spinners, mosselmannen, melkboeren?
Of wat te denken van: cassettebandjes, floppy disks, fotorolletjes, diaprojectors, faxmachines, teletekst?
Wat ouderwets wordt. Wat sleets, dof, antiek begint te geraken. Wat je bij de handen afbreekt.
Waar je eens zo enthousiast van werd, zo blij, zo vanzelfsprekend. Wat je eens dacht, geloofde, vertrouwde. Het kan verdorren, verdrogen, verwelken, afsterven.
Het is onvermijdelijk. Wat leeg is, wat hol is. Het vult zich. Met nieuw leven, met frisse wind, met ander licht. En het begint vandaag. Nu. Hier. Onmiddellijk.
De toekomst wacht niet op ons omdat wij blijven drijven op de wrakstukken van het verleden.