Dit woord komt maar één keer voor in de Bijbel en wel in Titus 3 vers 4. Als je de betekenis van dit woord zoekt, dan kom je begrippen tegen als: belangeloosheid, groothartigheid, naastenliefde, onbaatzuchtigheid, onzelfzuchtigheid, het tegenovergestelde van egoïsme.
Hoe bijzonder is het dan dat deze eigenschap door Paulus aan God wordt toegeschreven. Zeker als je de context leest waarin dit begrip staat opgetekend. Ik citeer vanaf vers 3:
“Ook wij waren eens onverstandig, ongehoorzaam, op de verkeerde weg, slaaf van allerlei begeerten en lusten. Ons leven stond in het teken van boosaardigheid en afgunst, we verafschuwden en haatten elkaar. Maar toen zijn de goedheid en mensenliefde van God, onze redder, openbaar geworden en heeft Hij ons gered, niet vanwege onze rechtvaardige daden, maar uit barmhartigheid. Hij heeft ons gered door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwende kracht van de heilige Geest, die Hij door Jezus Christus, onze redder, rijkelijk over ons heeft uitgegoten. Zo zijn wij door zijn genade rechtvaardig verklaard en krijgen we deel aan het eeuwige leven waarop onze hoop gericht is.”
Tja, het woord “mensenliefde” kan dan wel één keer letterlijk in de bijbel staan, maar de bijbel staat er feitelijk vol mee.
Ik zoom even in op de betekenis “belangeloosheid”. Daarover doordenkend realiseer ik me dat God er geen enkel belang bij heeft om jou en mij te redden, lief te hebben. God heeft in Zichzelf alles en heeft niets meer nodig. Toch heeft Hij een wereld geschapen en daarop voor mensen plaats gemaakt, prachtig, heerlijk, vol. En zelfs toen de mens zich buiten de harmonie met de aarde en de Schepper had geplaatst, heeft Hij die wereld, die mensen niet losgelaten en weggegooid, maar heeft Hij ons gered, heeft Hij de wereld gered. Als ik dit schrijf gaan de verkiezingen in de VS zo’n beetje beginnen; als jullie dit lezen is er mogelijk al wat bekend over de uitslag. Ondertussen hebben wij in Nederland een regering waarin het begrip naastenliefde niet de boventoon voert (ik druk me zachtjes uit). Maar wat hebben we als christenen een geruststellende zekerheid: Wat wij er ook van maken, of wat zij er ook van maken, God laat zijn plan niet los. Belangeloosheid wint het van eigenbelang, boosaardigheid, afgunst, haat. God laat zien een mensen liefhebbende God te zijn; Hij heeft ons (jou en mij) gered door het bad van de wedergeboorte. Nicodemus begreep die term niet (direct?), voor ons is het duidelijk geworden: niet door wat wij vanaf onze geboorte, en misschien zelfs wel daarvoor, waren en zijn, maar door de vernieuwende kracht van de Heilige Geest is er een mooie, harmonieuze toekomst voor jou, voor mij. Daarheen zijn we onderweg, ook in de tweede etappe van de trektocht.
Vergeet nooit dat het niet aan onze daden ligt, niet aan ons geloof, niet aan onze kerkelijke cultuur, maar SOLA GRATIA!
Ik sluit af met een lied van SELA:
Wees verheugd
Jezus ik ben arm; ik ben arm zonder U.
Jezus ik heb honger; zonder U ben ik leeg.
luister Heer, ik huil; zonder U word ik nooit echt gelukkig.
Al ben ik rijk; zonder U heb ik niets.
Al heb ik veel; het is toch niet genoeg.
Hoewel ik lach, vertellen mijn tranen de waarheid.
Jezus ik ben moe, maar bij U vind ik rust.
Al ben ik bang; er is vrede bij U.
Jezus, ik ben ziek; zonder U word ik nooit genezen.
Met als refrein:
Wees verheugd, want de dag komt.
Wees verheugd en spring op van blijdschap.
Wees verheugd, want wij komen in de hemel,
want van ons is het koninkrijk van God.
En afgesloten met het gebed:
Jezus wilt u tot mij komen?
Kom nu door uw Geest in mij wonen.
Jezus maak mijn ogen open,
om U te zien, U te geloven.
Dan zullen uw woorden vallen,
in mijn gebroken hart.
https://youtu.be/6-mnU4ypkKA?feature=shared
Koos Lange