Ik pluk deze reactie van Kaïn even uit het verhaal van Genesis 4 en plak hem in het leven van vandaag. Nu dus. In jouw en mijn leven dus. In de maatschappij waarin we vandaag leven dus.
Ik kijk naar de wereld om ons heen, in het groot, in het klein. Amerika, Rusland, China, enzovoort. Maar ook de kerken, de kerk, kennissen, familie.
God riep Kaïn ter verantwoording, maar we horen zijn stem niet (meer), in ieder geval lijkt het dat iedereen zijn gang kan gaan. De rijken worden steeds rijker, de armen steeds armer, de macht wordt geconcentreerd in de handen van enkelen, de rest is ondergeschikt gemaakt, of monddood.
Als ik dit zo schrijf, schets ik een tamelijk somber beeld, dat realiseer ik me. Maar het is helaas geen vertekend beeld, het is realiteit.
En wat doen we als christen, als volgeling van Jezus, met deze realiteit?
Kijk dan niet alleen naar wat het journaal je voorschotelt, maar kijk even verder, naar wat Jezus laat zien over de toekomst (Mat. 25:31 ev):
“Wanneer de Mensenzoon komt, omstraald door luister en in gezelschap van alle engelen, zal Hij plaatsnemen op zijn glorierijke troon. Dan zullen alle volken voor Hem worden samengebracht en zal Hij de mensen van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt; de schapen zal Hij rechts van zich plaatsen, de bokken links. Dan zal de koning tegen de groep aan zijn rechterzijde zeggen: “Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is. Want Ik had honger en jullie gaven Mij te eten, Ik had dorst en jullie gaven Mij te drinken. Ik was een vreemdeling en jullie namen Mij op, Ik was naakt en jullie kleedden Mij. Ik was ziek en jullie bezochten Mij, Ik zat gevangen en jullie kwamen naar Mij toe.”
Dat dus, want als de schapen vragen: wanneer, hoe? Is het antwoord: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de geringsten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor Mij gedaan.”
Moet ik (moet jij) soms waken over je broer of zus, zeg maar over je naaste? Ja dus, als je leven je lief is, je leven, niet alleen vandaag, maar in eeuwigheid, samen met die broer of zus!
En doe je ogen open en merk die naaste op, met samaritaanse ogen zogezegd. Dan is de asielzoeker welkom, de ongeboren baby veilig, het slachtoffer geholpen. Denk aan dit type houding als je straks in het stemhokje staat.
Zing mee met Sela – Leer mij geven:
Laat mij een vredestichter zijn
waar de onrust heerst.
Laat mij een liefdebrenger zijn
waar de haat regeert.
Leer mij vergeven, leer mij troosten;
vol van uw Geest, uw koninkrijk.
Leer mij verliezen, leer mij geven;
geven uit liefde, dat maakt rijk.
Laat mij een waarheidspreker zijn
waar de leugen is.
Laat mij een samenbinder zijn
waar verdeeldheid is.
Koos Lange