Pasen: het feest van de opgestane Heer, van het lege graf. We hebben het weer gevierd dit jaar en wachten nu op de volgende hoogtijdagen: Hemelvaart en Pinksteren.
Paulus beschrijft in een notendop de gebeurtenissen tussen Pasen en Hemelvaart; hij begint met Goede Vrijdag (1 Korintiërs 15:3-8a): “Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen: dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat, dat Hij is begraven, dat Hij op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat, en dat Hij is verschenen aan Kefas en vervolgens aan de twaalf. Daarna is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders en zusters tegelijk, van wie er enkelen gestorven zijn, maar de meesten nu nog leven. Vervolgens is Hij aan Jakobus verschenen en daarna aan alle apostelen. Pas op het laatst verscheen Hij ook aan mij…”. In deze korte beschrijving wil Paulus de lezers overtuigen van de waarheid, nl. dat Jezus echt is opgestaan uit de dood. Dat werd door enkelen ontkend, met als gevolg dat er geen hoop meer was voor een volmaakt leven, na dit aardse leven. Deze ontkenning lezen we ook van de sadduceeën, zie bijvoorbeeld Matteüs 22. Van hen is weinig bekend, maar kennelijk was een opstanding uit de dood zo ongeloofwaardig dat deze ontkenning ook bij christenen in Korinte voorkwam. En ja, het is ongelofelijk nieuws, zo ongelofelijk dat je het alleen maar kunt geloven, begrijpen kun je het niet.
Opvallend in de opsomming van de verschijningen bij Paulus is, dat er geen enkele vrouw wordt genoemd. Dat kan iets zeggen over Paulus, maar waarschijnlijk heeft dat te maken met de rechtspraak: het getuigenis van vrouwen (en bijv. ook slaven) gold toen niet als bewijs. Dus als Paulus mensen moet overtuigen kon hij het getuigenis van vrouwen niet gebruiken. (Daarom lijkt het niet zo logisch om de verschijning aan 500 mensen te vertalen als “aan vijfhonderd broeders en zusters tegelijk.”)
Hoe dan ook, duidelijk is dat Jezus heel actief is geweest als mens na zijn opstanding en voor zijn hemelvaart. We kennen meer verhalen, over de ontmoeting op het strand, van de binnenkomst in een afgesloten ruimte, Lucas vertelt in Handelingen 1: “Dat Hij leefde heeft Hij hun na zijn lijden en dood herhaaldelijk bewezen door gedurende veertig dagen in hun midden te verschijnen en met hen over het koninkrijk van God te spreken.” Er was nog heel wat werk te doen om van die eigenwijze mannen apostelen te maken die het evangelie van de opgestane Heer konden doorvertellen. Dit onderwijs is gelukkig geslaagd, want door hun werk, gezegend door de Geest, weten we nu zelfs in Kampen, dat Jezus leeft en wij met Hem. Ik vind het wel jammer dat we verder nergens iets lezen over de verschijning van Jezus aan die 500 mensen; dat moet best spectaculair zijn geweest. Stel je voor: een man van wie je weet dat hij dood en begraven is, staat zomaar tussen jullie in…..
We vieren straks de troonsbestijging van koning Jezus, laat de voorbereiding op dat feest je dagen nu alvast vullen.
Koos Lange