Dat is niet meer van deze tijd? Of toch wel? Wat voel je bij het woord “ontzag”? In vrijwel alle verklaringen komt het woord “eerbied” voor. Eerbied en ontzag liggen dicht bij elkaar. Ook een paar andere begrippen passen bij ontzag: respect, achting, aanbidding en dergelijke. Ook in de bijbel komt het begrip “ontzag” veel voor, het eerst direct na de zondvloed, daar zegt God tegen Noach dat alle dieren ontzag voor de mens(en) zullen hebben, daar is ontzag dus gerelateerd aan angst(!).
Angst voor God is wellicht niet het eerste wat je zou noemen over je relatie met de Vader in de hemel, maar als je je probeert in te denken wie en wat Hij is, kan het toch haast niet anders dan dat je beseft hoe klein en nietig jij bent en hoe groot en machtig Hij is? Dat gevoel zit ook in het woord “ontzag”. Hij is groot en ik ben klein. En dat is geruststellend, want nu weet ik dat Hij bij machte is alles te doen wat Hij beloofd heeft. Angst voor God proef je ook bij de ontmoeting van God en het volk Israël bij de Sinaï in Exodus 19 en 20; na zorgvuldige voorzorgsmaatregelen verschijnt God op de berg:
“Op de derde dag, bij het aanbreken van de morgen, begon het te donderen en te bliksemen, er hing een dreigende wolk boven de berg, en zeer luid weerklonk het geschal van een ramshoorn.”
En even verder:
“De Sinaï was volledig in rook gehuld, want de HEER was daarop neergedaald in vuur. De rook steeg op als de rook uit een smeltoven, en de berg trilde hevig. Het geschal van de ramshoorn werd luider en luider. Mozes sprak, en God antwoordde met geweldig stemgeluid.”
Dan spreekt God de Tien Woorden; Hijzelf spreekt ze uit in een taal die de mensen konden verstaan, maar tegelijk in een context die overweldigend, ontzagwekkend was. Ja, de Israëlieten waren echt bang voor God, zoals er staat:
“Heel het volk was getuige van de donderslagen en lichtflitsen, het schallen van de ramshoorn en de rook die uit de berg kwam. Bij die aanblik deinsden ze achteruit, en ze bleven op een afstand staan. Ze zeiden tegen Mozes: ‘Spreekt u met ons, wij zullen naar u luisteren. Maar laat God niet met ons spreken, want dan sterven we.’
Daarop zegt Mozes:
“Wees niet bang, God is gekomen om u op de proef te stellen en u met ontzag voor Hem te vervullen, zodat u niet meer zondigt.”
Deze geschiedenis wordt in het nieuwe testament aangehaald (Hebreeën 12 v.a. vers 18):
“U bent niet, zoals het volk destijds, iets tastbaars genaderd, geen allesverzengend vuur, dreigende duisternis en woeste wind, geen bazuingeschal en stemgedonder. Toen het volk die stem hoorde, smeekte het dat er geen woord meer tot hen zou worden gesproken, omdat wat hun werd opgelegd ondraaglijk was: ‘Zelfs een dier dat de berg aanraakt, moet gestenigd worden!’ Zo schrikbarend was de verschijning dat Mozes uitriep: ‘Ik sidder van angst!’ Nee, u bent de Sionsberg genaderd, de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en duizenden engelen die in vreugde bijeen zijn, de gemeenschap van eerstgeborenen, die in de hemel ingeschreven zijn; u bent God genaderd, de rechter van allen, en de geesten van de rechtvaardigen, die tot volmaaktheid gekomen zijn, de bemiddelaar van een nieuw verbond, Jezus, en het gesprenkelde bloed dat krachtiger spreekt dan dat van Abel. Let op dat u Hem die spreekt niet afwijst. Want als zij al niet ontkomen zijn toen ze degene afwezen die hen op aarde onderrichtte, dan kunnen wij, wanneer we ons afkeren van degene die dat vanuit de hemel doet, helemaal niet ontkomen. Destijds deed zijn stem de aarde beven, nu heeft Hij deze belofte gedaan: ‘Nog eenmaal zal Ik de aarde doen beven, en niet alleen de aarde maar ook de hemel.’”
Naar dat moment verlangen we als we bidden: Jezus, kom spoedig”. Het zal een geweldig moment zijn, ontzagwekkend!
Ik sluit af met een mooie uitdrukking: “Wie bang is voor God hoeft niet meer bang te zijn, maar wie niet bang is voor God kan maar beter bang worden”. Geruststellende angst!
Koos Lange